Even terugspoelen. Jarenlang konden producenten buiten de EU gewoon doorproduceren zonder rekening te houden met CO₂-uitstoot, terwijl Europese fabrieken steeds strengere regels kregen. Dat gaf buitenlandse concurrenten een oneerlijk voordeel. CBAM draait dat om: importeer je staal uit China of cement uit Turkije? Dan betaal je voortaan voor de CO₂ die daarbij is vrijgekomen.

Wat is er veranderd sinds januari?

De rapportagefase is voorbij. Waar je de afgelopen twee jaar alleen hoefde te melden hoeveel je importeerde, telt het nu écht. Drie dingen moet je geregeld hebben:

1. CBAM-toelating

Zonder registratie bij de NEa kun je simpelweg geen CBAM-goederen meer invoeren. Letterlijk. CERTEX – het nieuwe EU-controlesysteem – checkt bij elke aangifte of je geregistreerd staat. Geen toelating? Aangifte geweigerd.

2. De juiste codes in je aangifte

De oude bescheidcodes zijn vervallen. Je gebruikt nu Y128 als je een CBAM-rekening hebt, of Y137 als je onder de vrijstelling valt. Vergeet dit aan te passen in je standaard aangifteprofielen.

3. Emissiedata verzamelen

Voor elk product moet je weten hoeveel CO₂ er bij productie is uitgestoten. Dat betekent: je leveranciers aanschrijven en om gegevens vragen. Niet alle leveranciers zijn hier even happig op, dus begin op tijd.

De 50-tons regel

Goed nieuws voor kleinere importeurs: importeer je minder dan 50 ton CBAM-goederen per jaar, dan val je buiten de regeling. Let op: dit is 50 ton gewicht, niet waarde. En het geldt per importeur, niet per zending.

Wat komt er nog aan?

Vanaf februari 2027 moet je daadwerkelijk CBAM-certificaten kopen. Die certificaten dekken de CO₂-uitstoot van je importen in 2026. De prijs? Die volgt de EU ETS-prijs, dus reken op zo’n €80-100 per ton CO₂. Voor een container staal kan dat serieus oplopen.

Tip: Begin nu met het in kaart brengen van je CBAM-goederen en de bijbehorende emissies. In december wil je niet ontdekken dat je leverancier geen data kan leveren.